Afgelopen week hebben we als DeLimes onder de titel 'Summer Course 2008' voor de eerste keer een integrale visie op ''Rijnlands Organiseren'' vertaald in een vijf-daags programma. Er waren 12 deelnemers in het ISVW te Leusden en met elkaar hebben we ons ondergedompeld in wat is nu eigenlijk 'sociaal-economische bedrijfskunde' en wat komt er bij kijken om dat tussen de oren te krijgen? Op de eerste plaats bij jezelf en mogelijk daarna in je organisatie. We hebben ongelooflijk genoten en een prachtige week gehad.

Het programma is een mix van drie elementen/lijnen: inhoudelijke kennis van de Rijnlandse Stijl van denken, de vertaling daarvan in een harde organisatiestructuur (besturingsfilosofie en organisanisatieinrichting) en het opzetten van een ontwikkelingsprogramma (veranderkunde) om het tussen de oren (ongeveer 12 centimeter moet daar zitten) te krijgen. De juiste mix van die drie elementen luistert nauw. Al maar doordouwen op structuur, reorganisaties, als het waarom niet tussen de oren zit heeft weinig zin en duurt ook veel te lang. Is het niet handiger eerst waar het werkelijk omgaat tussen de oren te krijgen en dan zelf structuur te mogen geven aan die inhoud?

Een aantal gastdocenten speelde daarin een cruciale rol: Jaap Jan Brouwer (auteur van het boekje Angelsaksen versus Rijnlanders), Fokke Wijnstra (manager tegen wil en dank bij o.a. BSO en momenteel bij fiNext), Alieke van der Wijk en Henk van der Steen (Troje Improvisatietheater), de filosoof Naud van der Ven over rationaliteistschaamte bij mensen, managers en stafmedewerkers, die denken voor de ander als beroep hebben), Rob Fijlstra (van Fijlstra & Wullings, leiderschapstraining) over de weerbastigheid bij leiders (ze moeten ook zo veel) en Goos Geursen over het marketen van het niet-dominante denken binnen je eigen organisatie). Collega Helma Ton had de rol van programmamanager en hier en daar was ondergetekende het verbindende streepje. De deelnemers en sommige docenten die bleven hangen, vertegenwoordigden een mooie afspiegeling van beroepen, achtergrond en werkkring en brachten een rijke ervaring in. Mede daardoor vervaagde de verschillen in de loop van de week en werden rollen makkelijk gewisseld (leiderschap is een kwaliteit van het systeem, zo bleek). 

De verrassing zat achteraf gezien, denk ik, voor de deelnemers toch in de variatie van werkvormen die werden aangeboden (o.a. film, improvisatietheater, fotografie, verhalen schrijven, aandachttraining, 'roddel-gesprekken', organisatieopstellingen, muziek, kringgesprekken, world cafe, de PowerPoint, denkadviesgesprek, gebruik van metaforen, etc. etc.). De combinatie van harde en zachte methoden en technieken versnelt enorm 'het leren'. Niet iedereen heeft immers eenzelfde leerstijl ('Ik leg het je nog een keer uit'). Als je een breed repertoire hebt binnen de groep inclusief de gastdocenten aan interventiestijlen waar je situationeel mee om kunt gaan kun je het leren enorm versnellen. Om te beginnen bij jezelf. Het is mooi als je een sfeer met elkaar kunt creëren van vertrouwen, zonder het er over te hebben, waarin omgaan met het eigen ongemak wordt gezien als spannend, leuk en allerlei menselijke emoties oproept. Hoe vaak houden we niet vast aan regels om onze eigen onzekerheid te camoufleren? En hoeveel last en verdriet heb je daarmee de ander bezorgd? Kun je organisaties ook zo inrichten dat een ieder de regelruimte heeft om zinvol werk te doen en daarmee daadwerkelijk bij te dragen (ook aan de aandeelhouderswaarde, als je aandeelhouders hebt tenminste) aan de samenleving. Waarom zou je not-for-profit organisaties Angelsaksisch inrichten als een businessmodel op Amerikaanse leest geschoeid, als er niet eens aandeelhouders zijn? Iedereen voelt toch de schaamte bij de professionele bureaucatie die er uit voortvloeid (te weinig handen aan het bed door een teveel aan papieren planning en verantwoording afleggen)?

Aan het hier & nu (A) aandacht geven in plaats van aan de geschiedenis (gestolde regels) en de toekomst (doelen, targets, plannen, B) is makkelijk gezegd/hier geschreven dan gedaan, want dan moet je een behoorlijke vakman (m/v) zijn om met die continue veranderende omgeving om te kunnen gaan en toch koers/richting te kunnen houden. Wie het weet mag het zeggen in een sociaal-economische 'Weltaanschauung'. In de neo-liberale tegenhanger telt alleen de wil van de aandeelhouder en de beurs. 'Als jij nou veel voor mij verdient, krijg jij ook een grote bonus'. Het klinkt heel rijk, maar is misschien ook wel een beetje armetierig. Met dank aan Helma, de gastdocenten en niet op de laatste plaats aan de deelnemers, het waren geen twee maar vijf fantastische dagen. En het ISVW is een mooie plek om te zijn. Ik zie uit naar de Winter Course van 5-9 januari 2009. De evaluatie gaat nog plaatsvinden, dus mogelijk nog enige verbeteringen aan het programma.

 

Rijnlanders